de Vogels

Vogels

“Geen twee bomen zijn hetzelfde voor de Raaf.
Geen twee takken zijn hetzelfde voor het Winterkoninkje.”

 

Wat maakt toch dat vogels in sprookjes, verhalen en dromen vrijwel altijd hulp bieden in de vorm van het geven van een boodschap, inspiratie, een idee?
In de regels van het gedicht van David Wagoner zie ik dat zowel de Raaf als het Winterkoninkje een groot onderscheidingsvermogen gemeen hebben. Zij zien dat geen één boom, geen één tak hetzelfde is. Dat lijkt me dan ook het enige wat ze gemeen hebben. Ze verschillen als dag en nacht. In sprookjes ziet de grote zwarte Raaf dat wat niemand kan zien. De Raaf brengt de schaduwzijde aan het licht, een vogel van de nacht. Het winterkoninkje daarentegen is een opgewekt vogeltje waarover het verhaal gaat dat het in de toekomst kan zien en tot in de hemel kan vliegen. Een licht en vrolijk vogeltje, een vogel van de dag. Als archetypisch beeld zou ik zeggen dat vogels, of het nu een raaf of een winterkoninkje is, het vermogen hebben om ons boodschappen te vertellen die wij nog niet kunnen zien.

Kijkend naar dromen zie ik deze functie terug. Ik herinner me de droom van iemand in de droomgroep. Het volgende beeld is een opmaat, het eerste beeld van een grotere droom.

Het is een donker landschap. Ik loop op sneeuw. Een mooi klein vogeltje met heldere ogen zit op de grond. Ze kijkt naar een gedaante achter mij.

Er volgt een mooie, rijke droom met veel personages. Ik vraag de dromer welke gedaante er achter haar staat maar dat kan zij vanuit haar ik-droomperspectief niet zien. Dan vraag ik haar om de ogen te sluiten en in de energie van het vogeltje te kruipen. Uit de praktijk blijkt dat ‘kruip-in-de-huid-van’ opmerkelijk makkelijk gaat. Al onze droombeelden komen immers uit ons eigen innerlijk. Zo ook deze keer. De dromer ‘ziet’ met de ogen van het vogeltje haar moeder. Wij werken op een  focussende manier met deze moeder-droomfiguur. Dit brengt haar veel.
Dus ook hier de vogel als innerlijke boodschapper die veel meer signalen oppakt uit de boven- en onderwereld, het dag- en het nachtbewustzijn dan onze dagelijkse geest kan verwerken. En als het aan de orde is komt daar het metaforische vogeltje die ons iets influistert waar we maar beter naar kunnen luisteren. Dit zie ik ook in sprookjes terug: vaak krijgt de schijnbaar zwakste van bijvoorbeeld een stel kinderen goede raad van een vogel waardoor deze voorspoed en gezondheid ten deel valt.  Wie oren heeft, die hore!

Ik herinner mij ook andere, persoonlijke, boodschappen van de vogel. Zo droomde ik een jaar of tien terug het volgende:

Ik overnacht bij een vrouw in een kamer die geheel bedekt is met rul, geel zandstrand. Er is een kooi met vogels wat ik sneu vind. Zij zouden eigenlijk vrij moeten zijn…. Er vliegen echter ook al een aantal vogels vrij in de ruimte, onder andere een klein helblauw mini-papegaaitje die telkens min of meer aan mij vastkleeft. Het is nog maar een kind-papegaaitje wat je kunt zien aan de stand van de pootjes. Als zij namelijk aan mij ‘vastkleeft’ gaan de pootjes op een bepaalde manier uit elkaar wat niet meer gebeurt wanneer de vogel volwassen is. Dan zie ik onder het zand een poesje liggen die jonge vogeltjes zoogt. En dat gaat helemaal goed!

Tien jaar geleden begreep ik de droom niet goed. Nu begrijp ik het beter, lang leve het ouder worden! Mijn droom van toen: ik bevind me in een ruimte waarin een aantal oorspronkelijke ideeën van mij in de vorm van vogels al wel vrij zijn. Er zitten echter ook nog een flink aantal ideeën gevangen wat het beeld heeft van de vogels in de kooi.

“De gekooide vogel zingt
met een angstaanjagend tremolo
van de onbekende dingen
waar nog steeds naar verlangd wordt
en z’n deuntje wordt gehoord
op de verre heuvel
want de gekooide vogel
zingt van vrijheid.”

 

Uit: I know why the caged bird sings / Maya Angelou

Het schattige mini-papegaaitje wat zich aan me vastkleeft laat zien dat ik ook wel een beetje napraatte, iets wat papegaaien gewoon zijn te doen. Iets in mij was nog onvolwassen en had het nodig zich aan mij vast te kleven. Het einde van de droom maakt mij blij : het laat een soort van paradijsje zien waarin de vogel veilig is bij de poes! Ideeën worden niet meer gevangen en opgegeten maar gevoed. Hoopvol!!

Ik zie de taal van vogels als een ‘geheime taal’ omdat ze mij iets laten zien wat op de rand van mijn bewustzijn zit. Het is er wel, het is voelbaar maar nog niet te verwoorden. Hoe kan ik misschien wat dichterbij komen?

Oefening:
Ik stel me voor dat ik op een mooie plek rustig lig te luieren. Dan zie ik vanuit mijn ooghoeken vogels kwetteren en spelen met elkaar…. Het raakt me en ik wil ze niet opschrikken… Ik ga na wat voor een innerlijke houding ik het beste kan aannemen… Hoe ik voorzichtig, behoedzaam, vertragend kan zijn  en tegelijkertijd alert. Dát voelt voor mij als de goede innerlijke houding om iets meer te weten te komen wat zich op de rand van mijn bewustzijn afspeelt.

Ik kijk wat voor een vogels zich aandienen….Ook de ‘gewone’ mus, merel, kauw krijgt ruim baan… Allemaal bijzonder, waardevol in hun eigenheid. Ik zie de brutale, ondeugende kauwtjes die ik zo vaak in de achtertuin ruzie hoor maken en zich nergens iets van aan trekken…Ik ontdek de grote vrijheid van de mus die heerlijk zijn gang kan gaan! De wonderlijke duif die alle tijd van de wereld neemt en zich zelden laat opjagen… De onopvallende merel die onbevangen  het hoogste lied zingt….. Iedere vogel met een eigen kwaliteit.
En ik realiseer mij dat ik in verschillende situaties verschillende vogelkwaliteiten kan gebruiken. Soms de mus, soms de kauw of de merel. Ik speel met woorden als vrijheid, me nergens iets van aan trekken, het hoogste lied zingen. Ik vul mij met deze kwaliteiten en blijf nog even lekker loom liggen…

Reacties zijn gesloten.