de Reisgenoot

De reisgenoot

van wind in de rug tot zon in je gezicht

May the road rise up to meet you.
May the wind be always at your back.
May the sun shine warm upon your face;
the rains fall soft upon your fields,
and until we meet again,
may God hold you in the palm of His hand.

(old gaelic blessing)

 

Een oude Keltische zegen en nu een bekend Iers liedje. Ierland, eiland van wind, regen en zon. Vroeger eiland van enorme armoede, eiland waar mensen boten namen om naar de Nieuwe Wereld te varen. Ook wat dat betreft dus niets nieuws onder de zon. Eiland dat weet dat het maar beter in harmonie met de natuur kan leven. Eiland dat weet dat je soms maar beter kunt verkassen, op reis kunt gaan. Los moet laten.
En dan? Wat is er dan? De aarde die je tot steun mag zijn, de wind in je rug, de zon op je gezicht en zachte regen op het veld. En dat je beschermd mag zijn in de palm van de hand van God. Totale overgave met niets anders dan de elementen en het Grote Ongeziene tot steun. Dát is de zegen, de wens.

En hoe vaak gaat het niet anders… Ervaren we een te sterke figuurlijke tegenwind om bij ons doel te komen. Sterker nog: het doel wordt vergeten en we gaan niet op reis… In het voorgaande verhaal De Reiziger lazen we al dat ieder mens in diepste wezen een reiziger is, soms tegen wil en dank.  De mens kan niet anders dan het pad te gaan dat Leven heet. Alleen dán kan de mens thuis komen. Weer een paradox: om thuis te komen dienen we op reis te gaan. Dat is de Reis van de Held, zo prachtig beschreven door Joseph Campbell, hoogleraar mythologie en schrijver.  We worden een held zodra we op reis durven gaan door onze schaduw onder ogen te zien, door alert en bewust te zijn, door in het donker de ogen open te houden. En op onze reis ontmoeten we zonder twijfel onze eigen weerstanden en tegelijkertijd zullen er helpers zijn wanneer het zwaar is.

De Reis van de Held, een voorbeeld.

Stel je eens voor dat je in een havenstadje leeft en je hebt een enorme angst voor water, zó erg dat je niet meer voluit kunt leven. Overal zie je water, hoor je water en voel je water. Je geniet niet meer van het leven, maar let de hele dag op dat wat jou het meest angst inboezemt.

Dan hoor je mensen vertellen over het schip Poseidon. Dit schip biedt mensen met waterangst de mogelijkheid zonder deze angst verder te leven. Dit kan echter alleen als je met Poseidon op reis gaat. Je kent geen programma, de bemanning vertelt niet wat je moet doen en succes is ook nog eens niet gegarandeerd….. Je weet echter dat er iets moet gebeuren. Waar kies je voor?  

De Held kiest voor de tocht, de Held vindt het doodeng maar gaat toch. Echte Helden zijn die mensen die iets doen ondanks hun angst. Dát is echte moed.
De tocht begint en je hebt nachtmerries over wilde zeeën die je opslokken, je verdwijnt in diep zwart. De werkelijkheid blijkt echter anders te zijn. Dolfijnen zwemmen mee met de Poseidon en brengen je aan het lachen. De bemanning is behulpzaam en de zon, de wind en het water laten zich van hun vriendelijke kant zien.
Je merkt dat je ontspant en dat er iets verandert.

Het blijft echter niet zo; op een nacht breekt er een enorme storm los en je voelt even de paniek opkomen. De bemanning is echter rustig en stelt je op jouw gemak. Je voelt het stevige schip en je laat los…. Je voelt een soort berusting en de storm gaat uiteindelijk liggen. Je merkt dat de berusting langzaam overgaat in vertrouwen. Vooral vertrouwen in jezelf, dat jij het aan kunt. Dat iets in jou veranderd is.

Dan kom je weer aan bij de haven waaruit je vertrok. Alles ziet er nog hetzelfde uit en tegelijkertijd is het fundamenteel anders. Jíj bent anders! Jij hebt de Reis van de Held gemaakt!!

 

Vanzelfsprekend is dit een geromantiseerd beeld en kan de Reis op duizend en nog meer manieren gemaakt worden. Het is niet voor niets dat Joseph Campbell zijn boek “De Held met de duizend gezichten” heeft genoemd. De ingrediënten op reis gaan tegen wil en dank, weerstanden ontmoeten en helpers op de weg zijn echter universeel.
In ons voorbeeld breekt een storm los en dat is iets dat je regelmatig in dromen tegenkomt.

Een grote kathedraal. Buiten een storm, een orkaan. Een man zegt: de deuren staan te klapperen, dat hebben we nog nooit meegemaakt. Ik zie dat de metershoge houten bewerkte deuren door de wind flink op en neer gaan. Ik denk: als alles instort ben je wel dood. Maar het schijnt veilig te zijn.

Een storm is vrijwel altijd positief in een droom. Iets, jouw eigen systeem, wordt flink door elkaar geschud. En dat betekent ruimte voor nieuwe ontwikkeling en groei! Dit zien we ook terug bij dromen over insluipers en inbrekers; hoe beangstigend ook, het is een positief gegeven omdat het gesloten systeem open gebroken wordt. Lucht, er kan iets nieuws ontstaan! En het oude verdwijnt dan, gaat dood. En tóch is het veilig omdat het leven vooruit wil.

Mijn ouderlijk huis is gebouwd op drijfzand voor het strand in de zee. Ik realiseer me dat dit niet zo’n goede plek is voor een huis. Dan steekt er een enorme storm op en mijn broer en ik worden op het strand gesmeten. Wij liggen daar helemaal naakt.

Deze droom zou je als heel alarmerend kunnen lezen, maar het biedt ook uitzicht op een nieuw begin. Naakt en op vaste wal…. De storm die iemand wegrukt van dat waar je in weg kunt zakken en vastere grond onder de voeten biedt. De storm als hulp dus.

Even terug naar het begin van dit verhaal: we zingen de reiziger toe dat deze de zon op zijn gezicht mag hebben, de wind in de rug, dat de regen zachtjes en vruchtbaar mag zijn. Gelukkig doen we dat…. We wensen elkaar het allerbeste en het allerfijnste toe.
En toch…., de storm is óók nodig, de tegenwind ook. Het maakt ons sterker en zet ons soms opeens op een ander spoor.
De elementen de zon, de wind, de regen, de aarde die ons draagt en het vuur dat ons warmt zijn onze vaak onzichtbare reisgenoten. Het heeft geen vorm, geen contour en het is er áltijd. Er is nooit geen weer. Er is altijd iets van dit alles, ook in figuurlijke zin. Zijn we ons bewust van het weer dat ons omgeeft, dan kunnen we daar beter op anticiperen. En zijn we beter toegerust op de storm. Of wie weet loopt de wind dan niet uit op een storm…

Oefening

Neem rustig de tijd om naar binnen te gaan, naar jouw innerlijk landschap. Het gebied waar je de adem voelt, het gebied van het hart en de onderbuik en alles wat daar tussen zit. Volg de adem die buiten en binnen en binnen en buiten met elkaar verbindt.

Wat voor een sfeer ervaar jij in jouw landschap? Misschien druk en onrustig, misschien verstild en vredig, misschien is er iets dat op dit moment jouw aandacht vraagt…. Blijf hier rustig bij en knik alles wat je opmerkt vriendelijk toe……

Ga dan maar eens na wat voor een weer er op dit moment bij jouw innerlijk landschap hoort. Is het een regenbui, wolken misschien? Een vrolijk, fris zonnetje? Of misschien stormt het wel en kraakt het in zijn voegen…. En realiseer je: ieder weertype is goed. Niets is goed of fout, het is wat het is, ga mee met de stroom….

En weet ook dat ieder weer op een bepaald moment weer omslaat; de storm gaat liggen, de regen houdt op en heeft alles groen gemaakt, uit de dag komt de nacht en weer zal er een dag volgen…. Alles op zijn tijd….

Kijk eens voor dit moment hoe jouw innerlijk weer eruit ziet en wat je nodig hebt voor dit weer…. Wat helpt en is er iets wat om bescherming vraagt? Op welke manier kun jij dit jezelf geven?

Neem hier rustig de tijd voor en kijk hoe je dit concreet kunt maken.

Als we op deze manier samenwerken met onze altijd aanwezige reisgenoot zal onze reis voorspoediger verlopen en komen we voor minder verrassingen te staan. Het lichaam weet wat de weersverwachting is en wat het nodig heeft, wat jíj nodig hebt.
En dan is het ook mogelijk om ondanks tegenwind en storm toch op de plek uit te komen .
De Amerikaanse schrijfster Joan Chittister schreef hier een mooie parabel over:

Een oude non begint op de meest regenachtige dag van het regenseizoen aan haar pelgrimstocht, op weg naar een heiligdom boven op een steile, uiteraard heilige, berg. De wind is straf, de regen houdt niet op en de wegen worden één grote modderpoel. De non vraagt aan de voet van de helling nog eenmaal de weg aan een herbergier die haar meewarig aankijkt en zegt dat zij deze nu onmogelijk kan beklimmen. De non antwoordt: de klim zal geen enkel probleem zijn. Mijn hart is daar al mijn hele leven. Nu alleen mijn lichaam nog….

Dit verhaal laat zien hoe belangrijk het is dat we, ondanks alles, ondanks wat voor een weer het ook mag zijn, onze essentie niet uit het oog verliezen. Als het hart maar helder is volgt de rest vanzelf.

Reacties zijn gesloten.